Dag 4, derde dag Boyolali

Onze derde dag in Boyolali, morgen vertrekken we alweer naar Samarang.
Gisteren probeerde Tofik ons te verleiden om naar Solo te gaan.
Maar ik vond dat we niet voor niets hierheen waren gekomen:
We wilden de stad beter bekijken, de sfeer proeven.
De eerste afspraak was dus om ’s morgens naar de Pasar te gaan en daarna naar Solo. Ik gaf wel aan dat dit dus niet perse zo moest zijn, dat we wel zouden zien.
Na een ontbijt van o.a. Nasi en een soort niet hete boontjes (wel lekker) zijn we dus naar de Pasar gegaan.
We hebben onze ogen uitgekeken.

Het fijne was, dat de mensen daar normaal geen toeristen zien, dus ook geen neiging hebben je aan te klampen en iets te verkopen.
We konden dus in alle vrijheid de vele kruiden, groenten, dode kippen en kleren en zo bekijken.
Wij werden natuurlijk ook bekeken, want zo’n lange “Belanda” zien ze natuurlijk niet elke dag voorbij komen.
Ik heb nog een batik overhemd aan geprobeerd, maar helaas was xl echt de grootste maat en had ik toch weel xxl nodig (minstens).
Geen overhemd dus.
Later is Maudy wel geslaagd om een Sarong Kabaya te kopen.
Midden op de Pasar, in het Behassar aangemoedigd door vele Indische vrouwen die hier echt de lol wel van inzagen.
Gelukkig was Tofik bij ons, anders hadden we het wel opgegeven..
Na de Pasar zouden we eigenlijk naar Solo gaan, maar omdat de batterijen van de camera bijna op waren besloten we eerst terug te gaan naar het hotel om deze te halen.
Maar omdat we toch aanreden via de Jl. Merbabu, wilde Maudy daar eerst stoppen om een enorme boom te fotograferen, die daar op een veel breder stuk van de straat stnd, omdat ze hoopte dat deze de familie bekend zou voorkomen.
Terwijl zij en Tofik bij de boom stonden raakte ze in gesprek met een aardige meneer, die eigenlijk zijn hele leven al in de Jl. Merbabu woonde en naar later bleek, ook daar een winkel/kopie-shop had.
Hij vertelde dat de boom pas een jaar of veertig oud was, maar hij wist wel vlakbij een veel oudere boom te vinden.
We besloten met hem mee te lopen en Tofik kon toen van de gelegenheid gebruik maken om een buts uit een van zijn velgen te laten halen, wat wel prettig was, want we bleken al een paar dagen zonder reservewiel te rijden.
Wij hebben genoten van het buurtje dat wij vervolgens te zien kregen, dat achter de Jl. Merbabu lag. Klein, vredig, sommige huizen schoon, goed geverfd, andere oud en vervallen.
Maar iedereen even vriendelijk, dus erg aangenaam..
Hierna zijn we weer naar de voorouderlijke grond geweest, waarop het huis met Daniel, die de leeuw omarmd ervoor.
Een oude vrouw zat daar op haar hurken het gras tussen de keien weg te halen.
Ze liet ons op het terrein en we konden weer rondkijken.
Het huis is weer verder verwaarloost en als dit zo nog 2 jaar doorgaat is het helemaal niet om aan te zien.
Door het raam heen hebben we wel een paar grote portret-foto’s gefotografeerd welke we zullen uploaden. Ze zijn alleen niet erg duidelijk helaas, door de weerspiegeling van het glas en de vuilheid die er op zat.
Daarna terug naar het hotel en een uurtje of twee gerust en toen weer op pad naar de brug en de rivier die de Jl. Tampir kruist.
Daar was van alles aan de hand, want blijkbaar heeft de uitbarsting van de Merapie vorig jaar zoveel as-zand neer gegooid, dat ze nu de rivier , met de hand aan het uitgraven waren.
En dat wordt behoorlijk omslachtig gedaan:
Eerst wordt er een berg uitgeschept (vaak op een plak, een diepe put), vervolgens worden zand en stenen gescheiden en lopend door een oude vrouw, in een mand op haar rug, vanaf de rivier, tegen de wal op, over de brug en vervolgens daar een 20 meter verder op hopen gegooid. De foto’s zullen dit laten zien!
Wat toch opvalt is dat het vaak de ouderen en name de vrouwen zijn die allerlei zware lasten dragen.
De jonkies rijden liever op hun scooter/motor rond en als ze al werken, dan meestal het lichtere werk!.

Na dit een tijdje bekeken te hebben zijn we richting Tampir gereden over een heel slechte weg en hebben genoten van alle mensen die bezig waren met hun dagelijkse beslommeringen.
Je ziet hoe enorm men hier bij en met de natuur leeft.
We hoorde van Tofik, dat een groot deel van dit gebied geëvacueerd is geweest en overal zie het zwarte, door de Merapi uitgespuugde zand liggen.
Dan zie je pas wat daar allemaal is neer gekomen!.
Maar op vele plaatsen is het bijeen geveegd en wordt het weer als bouwmateriaal gebruikt.
Helaas reden we op een gegeven moment tegen een afsluiting aan en het bleek ook dat in dat dorp de weg eindigde, dus zijn we gedraaid en weer teruggereden.
Op een gegeven moment stonden we geparkeerd naast een heel groot open veld, waarop kinderen aan het vliegeren waren.
Terwijl ik een foto maakte van een standbeeld van een man, die melk in een melkkan (een grote) droeg, vertelde Tofik, dat het veld was gebruikt om mensen onder te brengen in tenten gedurende de evacuatie.
Helemaal links achterop het veld stond nog een tent van mensen, die niet hadden om naar terug te gaan.
Toen we terug kwamen in Boyolali zelf zijn we eerst ergens wat gaan drinken en daarna zijn we terug naar het hotel gegaan.
We spraken af, dat we rond zeven uur weer zouden weggaan om te eten.
Dat hebben we gedaan.
En een portie sateh kambing, een portie grote garnalen met een saus en een soort Tjap Tjoi,alles aangevuld met witte rijst, drie drankjes later, rekende we inclusief fooi een totaal bedrag van 80.000 rupiah af (ongeveer 7 euro!).
Daarna vonden we een internet cafe en nadat we langs het hotel waren gereden om Maudy af te zetten en de laptop te halen, lukte het na eerst wat problemen om de verslagen van de eerste twee dagen Boyolali te uploaden en ook nog 18 foto’s.
Omdat internet daar erg traag was heb ik het daar maar bij gelaten.
Nu, eindigt helaas onze laatste dag Boyolali.
Nog even slapen, morgenochtend ontbijten en dan op naar Semarang.
We hebben zeker geen spijt van deze eerste drie dagen!!

Comments are closed.

Content Protected Using Blog Protector By: PcDrome.